AUTOVISIE RAGFIJN EN PUUR
 Triumphs stonden in de jaren 50 al bekend om hun ragfijne besturing; een tandheugel stuurhuis en een fraaie ophangingsgeometrie deden het werk. Wist u overigens dat tot in de jaren 60 de fusees van de Triumph Herald bijna universeel toepassing vonden op allerlei Britse rensport- en formuleautos? De onafhankelijke achterwielophanging van de TR voelt in dit geval comfortabel, voor mij zelfs een tikje te zacht aan. Het totaal ontbreken van rammels en andere mechanische ongerechtigheden is opvallend. Mijn vooroordeel naar aanleiding van vervelende ervaringen uit de oertijd van de TR6 zijn geheel verdwenen. Maar hoe speelde Piet Mozes dat klaar? Afgezien van het in alle details zichtbare vakmanschap (goed passende carrosseriedelen, strak spuitwerk en een mooie afwerking van interieur en motorruimte) schuilt zijn geheim in enkele subtiele, maar erg effectieve modificaties. Het achterste subframe, waaraan de wielophanging en het differentieelhuis zijn bevestigd, wil wel eens scheuren, legt Piet uit. Dat hebben we versterkt. Verder zitten er in plaats van die ouderwetse armdempers nu rondom telescoopschokdempers, die achter in de schroefveren zijn gemonteerd. En de ophanging is ongeveer 3,5 centimeter lager gesteld.
Het effect is zoals al beschreven: de TR6 stuurt ragfijn en lijkt zelfs comfortabeler dan het origineel, zonder dat de puurheid van het concept geweld is aangedaan. Een klassiek hebbeding dus, zon TR6. Maar wat kost dat dan? Niet goedkoop, zegt Piet Mozes, die eerder al over de stijgende uurtarieven sprak. Hij is niet eens de duurste, maar laat met de grootste voorzichtigheid een bedrag van ongeveer 50.000 euro over zijn tong rollen. Inclusief de aanschaf van een zogenaamde donorauto, die wel in redelijke staat moet zijn. Dat is nogal wat meer dan een gemiddeld goede TR6, waarvoor prijzen van 15.000 tot 20.000 euro worden gevraagd. Maar wie zoals Piet Mozes een jaar garantie geeft op de techniek en acht (!) jaar op de carrosserie, is er zeker van dat hij een topproduct levert.
| |